HoPe heeft er voor gekozen om niet deel te nemen aan de eerste noodhulp. Noodhulp kwam van allerlei kanten snel op gang, maar onze ervaring met dit soort rampen is, dat de slachtoffers de eerste dagen na de ramp alle hulp en aandacht krijgen; deze hulp droogt al spoedig daarna op en de slachtoffers worden weer snel aan hun lot overgelaten. Van de slachtoffers van de aardbeving in 2007 aan de kust van Peru, wonen de meesten nog steeds in tenten, de hulpverlening is daarna totaal stil komen te liggen.
Daarnaast is het helaas zo dat je de hulp zelf uit moet voeren; geef je dit aan andere instanties dan is de kans op fraude groot. Ook nu is weer gebleken dat veel hulpgoederen achter werden gehouden of uit werden gedeeld met een politieke lading als reclame voor de naderende verkiezingen.
De werkelijke schade van de ramp is ons nog niet bekend, de meeste dorpen waar HoPe werkt liggen hoog in de bergen en veel dorpen zijn nog niet bereikbaar. De berichten die binnendruppelen geven ons echter het idee dat de schade hoog in de bergen meevalt, het meest getroffen zijn de dalen waar de grotere rivieren doorheen stromen. Deze rivieren hebben de grote toestroom van regenwater niet op kunnen vangen en zijn buiten hun oevers getreden. Daarbij hebben zij, zoals gezegd, veel schade aangericht aan huizen, infrastructuur en akkers.
In de buitenwijken van Cusco, waar HoPe haar activiteiten 19 jaar geleden begonnen is en waar we nog steeds werken met de jongerengroepen van San Isidro en Villa Maria is wel veel schade. Daar zijn diverse huizen van de berghelling weggespoeld. Ook woningen van deelnemers van onze projecten zijn beschadigd. HoPe kiest er voor om families en waarschijnlijk ook scholen die aan de programma’s van HoPe deelnemen en schade hebben geleden te ondersteunen in de wederopbouw. Als kleine organisatie moeten wij ons helaas hiertoe beperken, het voordeel is echter dat we er zeker van zijn dat de hulp goed besteed wordt.